28 Nov | Bestuur theater Franeker boos opgestapt

Door Redactie Franeker.StreekMedia.nl op woensdag, 28 november 2007 om 13:18

pic_1_.jpg

Aan het College van Burgemeester en
Wethouders van de gemeente Franekeradeel
Harlingerweg 18
8801 PA Franeker

Franeker, 23 november 2007

Betreft: Aftreden Bestuur van het Theater de Koornbeurs

Geacht College,

Het bestuur van Theater de Koornbeurs heeft op 22 november j.l. van het College van Franekeradeel kennis genomen van het besluit van de Raadscommissie dat zij geen structurele aanvullende financiële bijdrage zal toekennen aan de exploitatie van Theater de Koornbeurs. Naar aanleiding van dit besluit heeft het bestuur besloten met onmiddellijke ingang haar taken neer te leggen.

Het bestuur van Theater de Koornbeurs hecht eraan haar besluit toe te lichten.

In 1996 kreeg het nu aftredende bestuur de opdracht van het gemeentebestuur het perceel Noord 2-4 te exploiteren als theater. Het pand is voor dit doel op kosten van de gemeente verbouwd tot theater, waarbij het theater een jaarlijkse huurprijs betaalt van (omgerekend)  € 53.000. Voor de kosten van de exploitatie is aan Theater de Koornbeurs een jaarlijkse bijdrage toegezegd van (omgerekend)
€ 213.000 met als verplichting ongeveer 70 professionele theatervoorstellingen te contracteren. Al snel bleek dat dit bedrag onvoldoende was om het theater te exploiteren conform de door de gemeente geformuleerde opdracht. Dit leidde in de jaren daarna tot een opwaartse aanpassing van de subsidievergoeding van € 303.000,– in 2004. Echter in 2005 heeft de gemeente het theater een bezuiniging opgelegd. Zonder deze bezuiniging en bij normale landelijke jaarlijkse indexering zou de werkelijke subsidie in 2007 jaarlijks € 38.000,= hoger zijn.

In 2003, gesteund door de stijgende populariteit van het theater en stijgende bezoekerscijfers, is door directie en het bestuur het initiatief genomen voor een uitbreiding van het stoelenplan tot 500 zitplaatsen. Dit besluit werd ingegeven door economische motieven teneinde omzetvergroting te realiseren en daardoor onafhankelijker te worden van de subsidie van de gemeente. Daarnaast bood het de mogelijkheid het theater steviger te positioneren en meer publiek in de gelegenheid te stellen de voorstellingen bij te wonen. Dit project is grotendeels door sponsoring tot stand gekomen. De jaarlijkse lasten hiervan bedragen € 20.000,=, waarvan een groot deel wordt gecompenseerd door een hogere opbrengst van de kaartverkoop en hogere horeca inkomsten. Dit alles past in het hedendaags cultureel ondernemersschap.

In 2004 kwam een omslagpunt. Door de recessie, met als gevolg dalende kaartverkoop, fors  stijgende kosten en de door de gemeente opgelegde bezuiniging kon geen sluitende  begroting meer worden overlegd. Op verzoek van het theater en in opdracht van het gemeentebestuur heeft het onderzoeksbureau Lagroup in 2006 een onafhankelijk onderzoek ingesteld (kosten € 18.000). Beide partijen gaven destijds aan dat het advies uit de rapportage leidend zal zijn voor de verdere koersbepaling en besluitvorming. De gemeente heeft in samenspraak met het theater de opdrachtbeschrijving aan Lagroup geformuleerd waarbij een diepgaand onderzoek over de gehele bedrijfsvoering zou plaatsvinden. Echter, zonder overleg en zonder het theaterbestuur daarvan in kennis te stellen, heeft het college de opdracht herschreven en gereduceerd tot een financiële quickscan. Het bestuur heeft hier tevergeefs tegen geprotesteerd bij het college. Het theater heeft desalniettemin haar volledige medewerking verleend aan het onderzoek. De rapportage resulteerde in de uitwerking van een drietal scenario’s. Het onderzoeksbureau Lagroup adviseert de gemeente en het theater te kiezen voor scenario 3.

Strekking van scenario 3

  1. De bezuinigingen en prijsontwikkelingen rechtvaardigen een hogere exploitatiesubsidie.
  2. Het theater werkt met een relatief bescheiden personeelsbezetting. Indien het activiteitenniveau toeneemt is een personeelsuitbreiding noodzakelijk. 
  3. Verdere mogelijkheden tot kostenbesparingen door meer efficiëntie en effectiviteit lijken  beperkt.
  4. Er moet een meer gedetailleerde subsidieovereenkomst worden opgesteld.

In de raadsvergadering van 7 december 2006 heeft de gemeenteraad aangegeven geen extra subsidie te willen verlenen en niets over te nemen uit de rapportage, behalve de opmerking over een hoge ambitie. Wel stemde de raad schoorvoetend in met een eenmalige subsidie van 150.000,-. Het college heeft het theaterbestuur verzocht in januari 2007 een verbeterplan te schrijven. Dit verbeterplan met daarin een plan van aanpak om tot betere bedrijfsresultaten te komen is overhandigd aan het college op 3 februari 2007. In de raadscommissie van 15 maart bleek uit de reacties van de raad dat dit niet was waar men om had gevraagd. Inmiddels had het bestuur, door wijzigingen in de bedrijfsvoering door te voeren, evenwel een forse verbetering op het bedrijfsresultaat weten te bewerkstelligen in 2006. Dit is blijkbaar de raad en het college ontgaan en blijkt niet mee te tellen in de waardering voor het werk van het theaterbestuur.

Opnieuw gaf het college op 3 april j.l. opdracht aan het bestuur van Theater de Koornbeurs een rapportage te schrijven maar nu op basis van de gepresenteerde scenario’s van Lagroup. Na diverse malen de concept rapportage met het college te hebben afgestemd, is op 22 oktober het eindrapport aan het college aangeboden. In de rapportage worden de drie scenario’s van Lagroup  in een financieel meerjarenperspectief gepresenteerd. De door Lagroup genoemde scenario’s zijn:

  • Het 1e scenario. Hierbij is het huidige subsidiebedrag voldoende. Er zullen ca. 25 theatervoorstellingen worden geprogrammeerd. Dit is de sluitende begroting waar de gemeenteraad om heeft verzocht.
  • Het 2e scenario gaat uit van 70 theatervoorstellingen, het minimum voor het lidmaatschap van de VSCD, de landelijke koepelorganisatie van theaters en schouwburgen. Dit scenario sluit met een jaarlijks tekort van ca. € 80.000.
  • Het 3e scenario geeft het maximale rendement bij rond 90 theatervoorstellingen. (het huidige aantal). Dit scenario sluit met een jaarlijks tekort van ca. € 60.000,=.

Het theaterbestuur onderschrijft de conclusie van Lagroup en kiest ook voor scenario 3 omdat dit zowel economisch als inhoudelijk het hoogste rendement oplevert voor Franekeradeel.

Het College schrijft daarna in het voorstel aan de Raadscommissie:
“De rapportage van het bestuur voldoet in belangrijke mate aan het gestelde kader. Zowel de missie als de beschreven scenario’s geven een goed beeld van de visie die het be¬stuur heeft op de exploitatie van Theater de Koornbeurs. De hierop gebaseerde doorrekenin¬gen geven een realistisch beeld van de benodigde middelen op de middellange termijn.”

Maar tijdens het overleg met het college op 22 november j.l. blijkt dat de raad vasthoudt aan een sluitende begroting waarbij de programmering moet voldoen aan de uitgangspunten zoals geformuleerd bij de start van de stichting in 1997, te weten ca. 70 professionele voorstellingen.

Het bestuur van Theater de Koornbeurs stelt vast dat:

a. het bestuur zich gedwongen voelt minimaal 70 theatervoorstellingen voor het seizoen 2008-2009 te moeten programmeren maar dat het gemeentebestuur geen enkele garantie geeft voor een zekere financiële bedrijfsvoering ná het seizoen 2007-2008,
b. het bestuur van Theater de Koornbeurs in tegenstelling tot wat de raad beweert  wel degelijk een sluitende begroting gepresenteerd heeft maar welke, om onduidelijke reden door de raad niet als zodanig wordt gezien (zie scenario 1),
c. de wil bij de raad ontbreekt om het advies van Lagroup (gemeenschapskosten 18.000,- euro), te volgen,
d. ondanks uitspraken in de commissievergadering, het theaterbestuur de afgelopen jaren wel degelijk het college tijdig heeft geïnformeerd over de bedrijfsresultaten, accountantverslagen met jaarcijfers en de genoemde rapportages. Blijkbaar schort het aan de interne communicatie tussen het College en de raad,
e. dat gezien de suggesties uit de commissievergadering, die volgens de raad moeten leiden tot een sluitende begroting, blijkt dat kennis van theaterexploitatie bij het college en de raad totaal ontbreekt. Wij noemen,
- invoering van zomerprogrammering,
- kosten besparen en inkomsten verhogen,
- andere instellingen hebben de bezuiniging wel opgevangen,
- inkoopsamenwerking met andere theaters,
- meer Friestalige voorstellingen,
- meer ruimte voor de locale amateurkunst
- ander beleid op horeca- verhuur
Diverse pogingen van het theaterbestuur om die kennis bij te brengen wordt door de raad genegeerd,
f. de niet onderbouwde bezuiniging van 10 % uit 2004 op de subsidieverstrekking enkel en alleen bedoeld is als bijdrage in de door de gemeente zelf veroorzaakte financiële problematiek (artikel 12 gemeente) en volledig voorbij gaat aan de consequenties voor het theater. Nu het de gemeente inmiddels weer goed gaat is de gemeente niet bereid het eerder afgenomen geld weer terug te geven maar geeft daarentegen aan dat het bestuur van Theater de Koornbeurs de problemen zelf op moeten lossen,
g. Theater de Koorbeurs in 2006 € 13,24 per inwoner van Franekeradeel aan subsidie heeft ontvangen, terwijl landelijk de subsidie per inwoner van een gemeente dat een theater huisvest gemiddeld € 21,59 bedroeg. Daarnaast blijkt dat de meeste theaters geen huur zijn verschuldigd. Omgerekend betekent dit dat Theater de Koornbeurs jaarlijks € 228.000,=  minder subsidie ontvangt dan het landelijk gemiddelde. (bron: landelijke cijfers VSCD).
Het theater de Koornbeurs vraagt € 60.000,=.
h. indien de gemeente de eerder onterecht afgenomen subsidie terug geeft en op normale wijze indexeert bedraagt het verschil in het exploitatietekort € 22.000,=. De gemeente Franekeradeel zit al jaren voor een dubbeltje op de eerste rij, maar beseft dit kennelijk niet.

Wij, het bestuur van Theater de Koornbeurs, spreken ons volledig vertrouwen uit in directie en medewerkers van het theater, maar zien geen kans aan de, in 1996 geformuleerde, opdracht te voldoen en kunnen daarom deze bestuurlijke verantwoordelijkheid niet dragen. De houding en acties van het college en de raad wordt door het theaterbestuur opgevat als een dolksteek in de rug. Het theaterbestuur heeft omwille van het voorgaande besloten met onmiddellijke ingang haar taken neer te leggen en alle verantwoordelijkheden neer te leggen bij het college.  

Het theaterbestuur is tevens van mening dat sommige raadsleden zich in het publieke debat respectloos uitlaten over het functioneren van het bestuur. Populistische oneliners, niet gehinderd door enige kennis van zaken, horen niet thuis in deze discussie. Dit is ronduit ongepast en het theaterbestuur distantieert zich hier dan ook volledig van.

Het is spijtig te moeten constateren dat deze raad zo gemakkelijk de verworven culturele rijkdom vergooit, waardoor sprake is van pure afbraakpolitiek en kapitaalvernietiging. Wij als bestuur betreuren de manier waarop wij na 11 jaar afscheid moeten nemen van Theater de Koornbeurs. In deze periode zijn wij erin geslaagd met minimale middelen, maar met de hulp en de fantastische inzet van sponsors, directie en personeel, en niet te vergeten het publiek (36.000 bezoekers per jaar), het theater te hebben gevormd tot wat het nu is. Het theater heeft een enorme uitstraling naar de regio en geniet landelijke bekendheid. Dit lijkt nu allemaal verloren te gaan. Met dank aan de gemeenteraad van Franekeradeel.  

Rest ons het toekomstige bestuur van Theater de Koornbeurs alle wijsheid en kracht toe te wensen, bij het uitvoeren van haar taak. 

Hoogachtend namens het bestuur,
p.l.v. voorzitter mevrouw H. Geertsma

Soortgelijk nieuws

Plaats een reactie